.

Gebed > Over gebed > Vormen > Monnikendom

Vormen van gebed in het monnikendom (4)

Woestijnvaders - vervolg 3

23: Uiterste vormen van bezitloosheid

Vooral bij abt Bessarioon erg krasse armoede en veroordeling van wie niet zo leeft. Maar ook armoede uit solidariteit met armen, bij Serapioon: 'Hoe is het mogelijk dat ik, die voor een asceet doorga, een onderkleed draag, terwijl deze arme, of liever gezegd Christus, het besterft van de kou? Waarlijk, als ik hem laat sterven, zal ik op de dag des oordeels veroordeeld worden als een moordenaar.' Daarna verkocht Serapioon zelfs nog zijn evangelieboek, een zéér kostbaar bezit, om iemand te helpen die zijn schulden niet kon betalen. 'Hij die me dagelijks voorhoudt: Verkoop wat u bezit en geef het aan de armen, Hemzelf heb ik verkocht en aan de armen gegeven.'

24: De kluis

'Om te voorkomen dat hun bezit ongemerkt aangroeide, lieten sommige monniken radikaal alles achter om een andere kluis, dikwijls een spelonk, te gaan betrekken. Zo nam abt Agathoon, behalve de kleren die hij droeg, niets anders mee dan een mes.' Mes was enig noodzakelijke, om te kunnen werken: palmbladeren verzamelen en bewerken. 'Wanneer er zich in de kluis iets voordeed dat de vooruitgang in het geestelijk leven bedreigde, kon dat aanleiding worden de plaats te verlaten zonder dat men wist waarheen te gaan.' Maar: 'Veranderen van kluis kon ook een teken van onstandvastigheid zijn en ernstige nadelen met zich meebrengen.' 'De Ouden', zei een grijsaard, 'verhuisden niet licht, tenzij om een van deze drie redenen: Als men vaststelde dat iemand ontstemd over hem was en men, ondanks alle pogingen om hem tegemoet te komen, hem niet van gedachte kon doen veranderen; vervolgens, als het voorkwam dat men door velen geprezen werd; ten slotte, als men aan een bekoring tot ontucht bloot stond.' 'Een boom die telkens overgeplant wordt', zei een grijsaard, 'kan onmogelijk vrucht dragen.' En amma Synklêtikê drukt het zo uit: 'Als een vogel van haar eieren opstaat, laat ze windeieren achter en maakt zij ze onvruchtbaar.' Een onbekende grijsaard gaf de wijze raad: 'Als iemand op de plaats waar hij verblijft, tracht iets te doen, maar er niet in slaagt, moet hij niet denken dat hij het elders wel vermag te doen.' En nog een ander: 'We verhuizen van de ene plaats naar de andere in de veronderstelling ooit een plaats te vinden, waar de duivel niet is.' Daarom zei Antonius de Grote al in zijn wijsheid: 'Op welke plaats u zich neerlaat, verander niet te gauw.' Hun kluis was de woestijnvaders lief, omdat het voor hun de ontmoetingsplaats met God en de kluis getuige was van zowel hun zwaarste strijd als hun gelukkigste ogenblikken. Beelden voor kluis: graf, oven waarin je beproefd wordt.

25: Arbeid

'De arbeid is innig verweven met het leven van de woestijnmonnik. We kunnen de motieven om te werken tot drie herleiden: eigen levensonderhoud, hulp aan armen en innerlijke rust.' Arbeid en gebed stonden niet náást elkaar, maar doordrongen elkaar bij de woestijnvaders. Want immers ideaal: Bidt altijd (1 Tess. 5,17).
'Het werk van de monnik moest produktief zijn. Dat hield in dat de monnik regelmatig naar de stad ging om zijn produkten te verkopen en er voedsel en nieuw materiaal in te slaan. Dikwijls ook gingen kameeldrijvers met hun lastdieren van kluis tot kluis om voedingsmiddelen en materiaal in te ruilen tegen wat de monniken vervaardigd hadden. De monniken streefden naar een onafhankelijk bestaan, zij wilden niemand tot last zijn. Zij weigerden te leven van aalmoezen.'
Werken door woestijnvaders gezien als plicht. 'Werken gold voor een talent dat men niet in de grond mocht stoppen, waarmee men moest woekeren voor zichzelf en voor anderen. Het valt daarbij op dat de arbeid niet beschouwd werd als straf.' Vooral werk als middel om aalmoezen te kunnen geven.

26: Aard van het werk

'Om gebed en arbeid te kunnen verenigen, moest het werk voldoen aan vele voorwaarden.' De arbeid moest het gebed bevorderen. Modern wetenschappelijk inzicht: lichte beweging houdt de aandacht beter gespannen. Tevens houdt het 's nachts wakker. Top 5 in volgorde van belangrijkheid: 1) snoervlechten uit vezels die met priem uit palmbladeren waren losgetrokken (zeer geschikt werk, omdat lang volgehouden kan worden, ook geschikt voor 's nachts en ondertussen het gebed volgehouden worden); 2) matten en manden maken (kostte meer inspanning, en daarom minder geschikt); 3) zeef maken door steen te doorpriemen (kostte nog meer aandacht, en daarom op 3e plaats); 4) schrijven (gevaar van ijdelheid); 5) vlas bewerken en linnen weven (kwam gevaarlijk dicht in de buurt van handel.
Samenvatting arbeidsvormen woestijnvaders in volgorde van belangrijkheid: snoer draaien uit palmvezels, manden & matten vlechten, stenen zeef maken, schrijven, vlas bewerken en linnen weven

27: Werken in de oogst

Een maal per jaar gingen woestijnvaders meehelpen in de oogst. Daarbij gaven ze tijdelijk hun afzondering op, en waarschijnlijk gebruikten ze de inkomsten om noden van dorpelingen etc. te lenigen.

28: Werker

'Werk Gods': niet alleen het gewone werken, maar vooral alle geestelijke activiteiten, zoals gebed, toeleg op deugden, bestrijden eigen wil, ascese.

Vrees niet de wind van de tegenslag. Immers: Een vlieger steigt pas op tegen de wind in, in plaats van met de wind mee.
- Anthony de Mello -



WaalWeb Internetproducties
Zinrijk Webtechniek
© 2006-7

 

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.